menu

Sinterklaas en Zwarte Piet, wie kent ze niet?

Alice Woutersen 

’Sinterklaas en Zwarte Piet, wie kent ze niet?’ Dit is het begin van een modern Sinterklaasliedje.

Kennen wij Sint en Piet werkelijk?

Natuurlijk kennen wij hen, wij zijn allemaal helpers van Sinterklaas. En verder worden wij geholpen door de tv-programma’s en rondtrekkende Sinten en Pieten. We kunnen het hele Sinterklaasfeest op vatten als één groot beeld. En beelden werken op de ziel!

De hele dag door maken wij zelf innerlijke beelden van alles wat ons ter ore komt, van wat wij lezen, zien en denken. Verder worden wij natuurlijk ook nog overgoten met voorgevormde beelden via tv, internet, krant enz.

Zijn al deze beelden ook voedsel voor de ziel?

Hier kunnen we alleen achter komen als we bewust leren omgaan met beelden. Voedende beelden kunnen veel wijsheid doorgeven aan de ziel, zonder dat het gewone denken er aan te pas komt. Laten wij eens kijken naar de beelden rond Sint en Piet.

’s Nachts, als wij slapen, rijdt Sinterklaas over het dak. Zoals ons hogere Ik dat iedere nacht ’over het dak van ons hoofd rijdt’ als wij slapen. Net zoals de maan de zon spiegelt, zo spiegelt ons hoger ik onze daden van overdag en beoordeelt ze.

Elke dag bouwen wij met onze daden aan ons karma en de consequenties vinden wij vroeg of laat in onze schoen (lot). Elke dag zijn er weer nieuwe situaties waar we ons aan kunnen schaven en ontwikkelen.

Zwarte Piet (die nog onbewust voor ons werkt) is de bode, hij roetsjt door de schoorsteen (verbinding met de wereld ’boven’ ons) naar beneden in ons huis, zo pardoes naar de kamer waar de kachel (ons hart) staat, om te kijken wat we in dienst van het hogere Ik ontwikkeld hebben. Dat alles vertelt hij aan Sinterklaas en dan mag hij van de Sint een pakje in onze schoen leggen. De inhoud van het pakje kan ons dan verder helpen op ons ontwikkelingspad.

Voor ons zijn dit duistere processen die in de nacht plaats vinden; wij hebben er nauwelijks bewustzijn van. Zolang wij nog niet genoeg be­wustzijn ontwikkeld hebben om iets van dit proces te beseffen en te ervaren, houdt het hogere Ik deze Zwarte Piet in de gaten en leidt hem.

Vroeger werden de mensen helemaal geleid door de goden. Men dacht niet zelf, de goden dachten in de mens. ("Niet ik denk, maar het goddelijke denkt in mij" zeiden de oude Grieken nog. Gaandeweg gingen de mensen steeds zelfstandiger denken en kregen zij ook meer verantwoordelijkheid in handen.

Nu denken wij los van de goden, wij leren op eigen benen te staan en verantwoordelijkheid te dragen.

Gelukkig worden wij, stapje voor stapje, sterk genoeg om onze eigen Zwarte Piet bewust in de ogen te kijken. En als wij dat werkelijk kunnen, dan zullen wij zien dat we niet bang voor hem hoeven te zijn, maar dat hij ons lachend en met ondeugende (of uitdagende) blik aankijkt. Hij laat ons zien hoe wij er in werkelijkheid (geestelijk gezien) uitzien. Hij is het beeld van onze dubbelganger.

Wanneer we zo naar Piet kijken, beseffen we ook hoe boeiend het is dat hij uit het duister van de nacht ge­komen is en tegenwoordig (als beeld) overal op straat in bonte kleuren gekleed rond rent. Dit is een vóór-beeld (van-te-voren-beeld) van wat wij aan het ontwikkelen zijn: onze dubbelganger waar te nemen, zowel die van onszelf, als ook die van de ander. Zoals wij weten werken al die Zwarte Pieten ondanks al hun ondeugden samen en helpen elkaar in dienst van Sint (dus ons Hogere Ik).

Dit beeld kunnen we nog verder verdiepen. Het is belangrijk om ons te realiseren dat Piet zwart is, en niet bruin, wit, rood of groen! Want Zwarte Piet is geen neger! Ook al is hij is er wel op gaan lijken, door hoe hij vanaf ca 1850 is afgebeeld in boeken. Hoe zag hij er voor 1850 uit? In ieder geval zwart! Zo zwart als een schaduw.

Er zijn verhalen die vertellen dat we onze ziel niet aan de duivel mogen verkopen, want dan raken we onze schaduw kwijt (o.a. het Deense sprookje van De zeven rozen). Onze schaduw kwijt raken is een ramp, want als we onze (innerlijke) schaduw niet meer hebben, kunnen we ons niet meer op de juiste manier ontwikkelen. We worden stuurloos en kunnen onze richting niet meer bepalen. De dubbelganger spiegelt ons en daardoor beseffen we waaraan we zullen moeten werken. ­

Onze ziel verko­pen aan de duivel bete­kent onze ontwik­ke­ling stop­zet­ten en afzien van het doel waarvoor wij gescha­pen zijn: "een vrij mensenwe­zen te worden dat in zich zelf de liefde kan ontwik­kelen en vervol­ma­ken". Het is niet de bedoeling dat wij onze ziel aan de tegenmach­ten verko­pen, integen­deel, de bedoe­ling is dat wij met hun hulp een vrij wezen wor­den, een wezen dat niet afhan­kelijk is maar zelfstan­dig.

Wij moeten leren onze scha­duw aan te kijken en hem zo te meta­mor­foseren dat hij kleurrijk en stra­lend wordt en daar hebben wij nog vele levens voor nodig.

Kan het beeld van Sint en Piet ons nog verder helpen?

Stel je voor: je staat in een winternacht buiten. Het is donker want er is geen maan en de zon is nog onder de horizon. Dit gevoel kennen wij innerlijk, wij voelen ons vaak in duister gehuld en onze zon (ons hogere Ik) zien of ervaren wij nergens. Wij voelen ons eenzaam.

Wan­neer deze goddelijke zon gespiegeld wordt door de maan (oude myste­riën, christe­lijke kerken e.d.), dan wordt het lichter om ons heen. De maan is opge­komen. Maar nu wordt de wereld licht-donker, bijna wit-zwart, en wor­den wij vooral ge­we­zen op onze scha­duw­kant (denk aan het schuld­besef dat op de mens geprojec­teerd wordt door kerken, maar ook door andere instanties).

Hoe sprook­jesachtig een maanovergo­ten nacht ook is, het heeft iets kouds, iets verstards, iets wit-zwarts. Juist dit wit-zwarte geeft dit landschap in zijn donke­re delen iets angstaan­jagends en in zijn lichte delen iets kouds en kils. De warmte van de zon ontbreekt.

Hoe warm en kleurrijk wordt de wereld als de zon op­komt! Gefascineerd kijken wij naar de zonsop­gang, terwijl achter ons onze schaduw zichtbaar wordt. Wij mensen leven in kleur en verwarmen ons aan de stralen van de zon en dat geldt zowel voor de innerlijke als voor de uiterlijke zon.

Als de innerlijke zon gaat schijnen dan begint leven leven te wor­den. Dan kunnen wij weliswaar ook onze schaduw waarnemen, die ons altijd volgt, die ons altijd nadoet en die ons steeds laat zien, wie wij innerlijk werkelijk zijn. Maar daar­naast is nog zoveel anders dat ook de aandacht nodig heeft.

Het is niet de bedoeling dat wij ons alleen bezighouden met de zon, want dan raken wij verblind ("high") en zien wij de wereld niet meer. Het is ook niet de bedoeling dat wij ons blindstaren op de zwartheid van onze schaduw, dan zouden wij ons ook buiten de wereld plaatsen (depressief worden).

Onze ontwikkelingsweg ligt recht voor ons uit en onze inner­lijke zon en onze innerlijke schaduw staan ons terzijde. Sinterklaas en Zwarte Piet staan ons terzijde, maar wij zijn het zelf die de stappen voorwaarts moeten zetten. Wij lopen zelf ons eigen levenspad.

Wat voor ontwikkelingsweg wijzen Sint en Piet ons? Zij dagen ieder mens persoonlijk uit om zich liefdevol en fantasierijk in zijn me­demens te ver­diepen en met veel creativiteit en humor die ander iets te schenken, dat hem/haar kan helpen op zijn/haar levens­pad!

Wat een prachtig beeld krijgen wij ieder jaar weer voor gehouden! Wat is het waardevol om ieder jaar als het ware even in de huid van de ander te kruipen en aan te voelen wat die ander nodig heeft.

Maar even waardevol en belangrijk is het feit dat we, of we nu handig zijn of niet, creatief moet zijn, zowel met de handen als met de geest en dat alles doorspekt is met humor. Want humor is een wondermiddel dat vele wegen kan effenen en vele problemen kan voor­komen of oplossen!

© Het Zonnejaar 1980 - 2021