menu

Is Sint Martinus alleen Sint Maarten?

Alice Woutersen 

Zoekend, Vragend, Tastend

Sint Maarten is een christelijke heilige. Met zijn voeten stond hij in de Romeinse cultuur, zijn hart klopte voor Christus en in of onder zijn mantel 'kropen' voortlevende waarden en gebruiken uit de voor-christelijke tijd.

Oude gebruiken, rituelen en godsdienstige waarden vonden, ondanks de terechte of onterechte zuivering van de kerk, hun heil bij de 'bereden heiligen' van de herfst: Sint Hubertus (3 november), Sint Maarten (11 november) en Sint Nicolaas (5 december).

Sint Stefanus, als beschermheilige van de paarden (26 december), kunnen we ook nog aan dit rijtje toevoegen, al komt er in zijn legende geen paard voor.

Het paard was voor de Europese volken een heilig dier. Volgens de Germaanse volkeren reed hun hoofdgod Wodan (Odin) op een achtbenig paard, dat in twee verschillende werelden kon rijden.

Dit paard, Sleipnir, werd als dodenpaard vereerd, hij kon je over de grens van de ene naar de andere wereld brengen (zie hierover ook het boekje over Sinterklaas).

De midwintertijd was voor de noordelijke volken de grote inwijdings- en feesttijd.

In ons land is vooral de herinnering aan Wodan (woen van woensdag) gebleven. Volgens de oude overlevering droeg hij een wijde mantel en een hoed met een brede rand. In IJsland werd hij dan ook Heklumadr, mantelman, of Sidhottr, breedhoed, of gewoon Hottr, hoed, genoemd.

In de middeleeuwen was 11 november het begin van de grote adventstijd en in voor-christelijke tijden het begin van de grote Jultijd: 40 dagen voor het midwinterpunt en 40 + 3 dagen voor de grote inwijdingsfeestdag (in de christelijke tijd kerstavond en eerste kerstdag), gevolgd door de 'heilige nachten' 'tussen de jaren'.

Dat was de tijd dat Woen over het land raasde met zijn wilde 'jacht' (heir) en volgens de mensen vruchtbaarheid bracht.

In november zijn de boeren klaar met de oogst en is de slacht voltooid. In sommige streken werd een biet aan de schuurdeur gehangen. Het was het 'einde van het jaar'.

Zo werd 11 november ook gezien als een nieuw begin. Op 11 november, om 11 uur 's avonds, wordt tot op de dag van vandaag de nieuwe prins carnaval gekozen. Carnaval, als voorjaarsfeest, is verbonden met Vastel-avond (later: vastenavond) en hangt samen met de vruchtbaarheid.

Uit de geschiedenis is bekend dat o.a. Bonifatius in 743, tijdens het concilie van Leptines, streed tegen het voortleven van allerlei 'heidense' gebruiken, zoals het neerzetten van lichten en spijsoffers bij graven van overledenen, het zingen van liederen bij gestorvenen, de dodenwake, het dodenmaal, ommegangen, het ronddragen van beelden en meer.

Dit lukte echter maar gedeeltelijk en zo zag men zich genoodzaakt een aantal van deze oude gebruiken te kerstenen, in een christelijk jasje te laten voortbestaan.

Met Allerzielen worden er nog op vele plaatsen kaarsen aangestoken op de graven van gestorvenen, en ommegangen, al dan niet met beelden, zijn er ook nog. Het rondgaan van de kinderen op Sint Maarten is nog een nagalm van zo'n ommegang.

Wat was vroeger de betekenis van deze najaarsommegang? In de middeleeuwen, en ook nog later, was het een heel zinvol gebruik: de rijken, meestal de boeren die net de oogst binnen hadden, gaven eten aan de armen die langs kwamen.

In sommige streken gebeurt dit op andere tijdstippen, bijvoorbeeld op 1 januari of met Driekoningen, als de 'Ster'(de zon) weer gaat draaien.

Schuilt er nog een restje van Woen (Wodan, Odin) onder de jas van Sint Maarten? "Sint Martinus Bisschop Met een hoge hoed op Met een lange slipjas aan Daar komt Sint Martinus aan!"

Wij mogen de heiligen van de herfst dankbaar zijn dat ze deze schuilplaats geboden hebben. Zo konden bepaalde innerlijke belevingen, die diep in de ziel van de noordelijke volken leefden, nog een uitweg vinden.

Door deze half bewuste overleveringen kunnen wij, in de bewustzijnszieletijd waarin wij nu leven, nog een beeld vormen over de ontwikkeling van de mensheidscultuur.

Door de overblijfsels van het oude geloof en het nieuwe christelijke geloof geesteswetenschappelijk te benaderen en te onderzoeken, opent zich voor ons een toekomst waarin wij net als Sint Maarten Christus zullen kunnen ontmoeten.

In onze tijd is dat afhankelijk van onze eigen innerlijke activiteit. De tijd dat de geestelijke wereld ons van alles schonk, is voorbij. Deze nieuwe innerlijke weg kunnen wij samen gaan.

© Het Zonnejaar 1980 - 2021