menu

Het feest van Maria Lichtmis

De Zonnejaargroep 

Van alle feesten in de winter is in onze tijd Maria Lichtmis het minst bekend en dat terwijl dit feest aanduidt, dat de grote kersttijd nu echt ten einde is gekomen. Het natuurlijke licht overheerst de duisternis en de aarde maakt zich op voor een nieuw begin, voor nieuw leven.

De twee maal veertig dagen rond Kerstmis worden in- en uitgeluid met twee lichtfeesten. Brengen we veertig dagen vóór Kerstmis, met Sint Maarten, het licht bij avondschemering van buiten naar binnen, op 2 februari, veertig dagen ná Kerstmis, brengen we in de vroege ochtend het licht van binnen naar buiten. Dan vieren we Maria Lichtmis. Kaarsresten, verzameld in de lange donkere tijd, omgesmolten en van nieuwe pit voorzien, brengen we zacht zingend naar buiten in de tuin naar plaatsen waar het eerste nieuwe leven tevoorschijn komt; een eerbetoon aan de aarde, die opnieuw haar lichtkracht opdraagt aan de schepping en haar jaarcyclus begint. Van achter het raam genieten we daarna ons ontbijt, terwijl buiten het schijnsel van de kaarsen vervaagt door de eerste stralen van de opkomende zon.

Het feest van Maria Lichtmis is ook bekend onder de naam Maria Zuivering. De oorsprong van deze naamgeving is terug te vinden in de bijbel: ’En toen hij na acht dagen besneden moest worden, werd over hem de naam Jezus uitgesproken, die door de engel was genoemd, voordat hij in de moederschoot ontvangen was. Daarna kwamen de dagen der reiniging volgens de wet van Mozes. Toen deze verstreken waren, brachten de ouders het kind naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen, zoals in de wet des Heren geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal aan de Heer gewijd worden. Zij wilden ook offergaven brengen, die in de wet des Heren voorgeschreven zijn: een paar tortelduiven, of twee jonge duiven.’ (Lukas 2; 22-24 vert. Ogilvie)

Zo schreef de Joodse wet voor, dat een vrouw veertig dagen na de bevalling een reinigingsoffer in de tempel moest brengen. Jozef en Maria offerden twee duifjes en droegen hun kind op aan de Heer. In de tempel ontmoetten zij Simeon, die het kind opneemt en wordt omstraald door hemels licht. Dit ontroerende moment is door de eeuwen heen op vele wijzen in beeld gebracht.

Simeon, door Rembrandt van Rijn

In Jeruzalem en Rome werd de reiniging van de Heilige Maagd al in het begin van de vierde eeuw gevierd met een grote processie door de stad. Deze tradities zijn in onze cultuur in die vorm zeker geen realiteit meer. Toch denk ik, dat nog menig grootmoeder in het zuiden van het land kan vertellen over haar eerste kerkgang, zes weken na de bevalling. Het hormonale ritme is dan weer hersteld, de vrouw is ’gereinigd’; ze mag weer bakken en braden en zich onder de mensen begeven.

Brandende kaarsen

In de middeleeuwen werd Maria Zuivering vooral een lichtfeest; Festum Candelarum, een benaming, die wij in het Duitse Kandelmesse, het Franse Chandeleur en het Engelse Candlemass nog terugvinden. De Latijnse benaming Festum Luminum vinden we terug in ons Lichtmisfeest, dat in veel katholieke kerken nog wordt gevierd: meegebrachte kaarsen worden gewijd en aangestoken om daarmee ter ere van Maria gezamenlijk een processie te lopen. Vervolgens wordt de mis opgedragen in het licht van al die brandende kaarsen, waardoor met recht over een ’lichte mis’ gesproken kan worden: Maria Lichtmis. Lichtmiskaarsen werden na de mis mee naar huis genomen, om met het kaarsvet boven de deuren van huis, schuur en stallen een kruisteken aan te brengen met de bede dier en mens te beschermen. Sinds mensenheugenis worden kaarsen en vuren ontstoken om een verbinding met de goddelijke wereld te bevorderen. De Romeinen hadden bijvoorbeeld de gewoonte tijdens de bevalling een kaars te branden voor de godin Candelifera ter bescherming van moeder en kind.

Februari reinigingsmaand

Het Latijnse woord 'februa’ betekent reiniging. Kunnen we in onze tijd nog iets van die reiniging beleven? Bijvoorbeeld als reine sneeuwvlokken de aarde met een wit kleed bedekken of wanneer de eerste sneeuwklokjes te voorschijn komen? In bomen en struiken stijgen de sapstromen weer omhoog als uiting van nieuw leven. Bomen laten hun laatste dorre takken -sprokkels- vallen, die door de mensen vroeger werden verzameld als aanvulling op het brandhout, dat in dit jaargetijde vaak niet meer toereikend was. Februari heet dan ook sprokkelmaand.

Dieren komen uit hun winterslaap en reinigen zich voor de komende bevruchting. Zodra de temperatuur het toelaat verlaten bijen de korf voor hun eerste reinigingsvlucht om onverteerde resten van honing, die ze in de winter hebben opgezogen, als geelbruine bolletjes uit te scheiden. Rond deze dagen kan de was buiten niet gedroogd worden. Mensen doen sapkuren, volgen diëten om het lichaam te reinigen. Bij de Romeinen werd er in februari schoongemaakt: op 1 maart begon immers het nieuwe jaar. Sommige Nederlandse huisvrouwen houden nog altijd in het vroege voorjaar, voor Pasen, grote schoonmaak.

Wanneer vieren we Maria Lichtmis?

In het jaar 494 is het Maria Lichtmis feest officieel vastgelegd op 2 februari. De kerkelijke autoriteiten probeerden daarmee invloed te krijgen op alle voorchristelijke feestvormen en deze naar eigen inzicht om te vormen. Heidense rituelen werden verboden. Door deze voorchristelijke rituelen aan een vaste datum te koppelen, zijn ze niet langer in overeenstemming met de seizoenencyclus van de aarde op de verschillende breedtegraden. Voor natuurgebonden vieringen ontstaat hierdoor een probleem. Zo is het op onze breedtegraad begin februari winter: de aarde houdt haar adem in en moet vaak nog weken wachten om haar nieuwe kiemkracht uiterlijk te tonen. Hierdoor ontstaat een uitdaging om naast 2 februari, de datum waarop op alle breedtegraden de toename van het licht gevierd kan worden, het natuurlijke aspect opnieuw vorm te geven.

Het feest vormt terecht het ankerpunt aan het einde van de grote kersttijd. Dat kunnen we wel vieren. Het is de tijd, waarin je kunt ervaren dat het natuurlijke licht de duisternis gaat overheersen. Een manier om dit feest te vieren is al het kunstlicht ’s morgens vroeg uit te laten, te ontbijten met een bloeiende hazelaartak op tafel of een tak van de berk, de venusboom. Op een drijfschaal liggen de open bloemen van de kerstroos, verlicht door drijfkaarsjes. Als buiten het ijs al gesmolten is, kun je wandelen met omgesmolten kaarsresten naar een rivier om het nieuwe levenslicht aan het stromende water mee te geven, de wereld in. Dat kan allemaal wél op deze dag.

We moeten ons bovenal bewust worden, dat het hier, naast het terugkerende licht, om onze aarde gaat, die zwijgend en met grote trouw haar nieuwe cyclus begint.

Onze aarde is een levend organisme, dat net als ieder ander organisme aandacht, zorg en liefde behoeft. Iedere januari-februaritijd, waarin zij aangeeft een nieuwe jaarronde te beginnen, kunnen wíj besluiten haar in haar vele verschijningen met liefdevolle aandacht te volgen.

Vieren betekent: je onzelfzuchtig liefdevol verbinden en verheugen over de schepping begeleid door een sacraal gebaar. Guido Gezelle geeft aan hoe de overgave aan de waarneming van de natuur, oftewel het stille luisteren van de ziel, de toegang vormt tot het goddelijke wezen van de aarde.

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teeken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zoo zoet…
als de ziele luistert!

Laten we de taal, de gebarentaal van de schepping, weer leren beluisteren. Laten we onze aarde weer aankijken, liefhebben en verzorgen. Laten we met onze kinderen de eerste krokus begroeten, de vogelgeluiden en de namen van de bomen in de straat leren kennen. Laten we samen weer de gang van de planeten door de dierenriem volgen, samen de wijsheid van de schepping bewonderen. Opdat de aarde zich weer mag verheugen over de mens en zij mag ervaren, dat wij haar willen helpen haar nieuwe natuur in de toekomst te verwezenlijken.

© Het Zonnejaar 1980 - 2021