Het sprookje van de Fantasie

Alice Woutersen

Er leefde eens een licht en stralend godenkind. Het had ervoor gekozen verwant te zijn aan wezens, die in het geestesrijk wijsheid mogen weven. Het godenkind werd door de waarheidsvader goed verzorgd en groeide in deze wereld op tot oermacht.

Het voelde, hoe gerijpte wil in zijn lichtlichaam als scheppingskracht begon te werken. Vaak keek het met mededogen naar de aarde en zag hoe daar de mensenzielen naar de waarheid smachten.

Het wezen zei toen tegen de waarheidsvader: "De mensen smachten naar de drank, die jij hen uit jouw bron kunt geven."

In grote ernst antwoordde de waarheidsvader: "De bronnen, die ik moet behoeden, stromen licht van geesteszonnen uit. Alleen die wezens mogen van dat licht drinken, die om te ademen niet naar lucht verlangen. En daarom heb ik jou met licht opgevoed, mijn kind. Jij voelt medelijden met de aardezielen en je kan licht op wekken in wezens, die lucht ademen. Ga naar de mensen toe en draag het licht, dat in hun zielen leeft en dat vervuld is van geestelijk leven en vertrouwen, tegemoet aan mijn licht."

Toen wendde het lichte stralenwezen zich tot zielen, die door ademen zichzelf beleven. Het vond op aarde vele goede mensen. Deze mensen gaven het met vreugde ruimte in hun zielewoning. Het wezen richtte de blik van deze zielen in trouwe liefde op de vader bij de lichtbron. En als het wezen uit de mensenmond en uit het blijde mensenhart fantasie als toverwoord vernam, dan wist het lichte stralenwezen dat het vreugdevol door goede mensenharten werd beleefd.

Maar op een dag kwam er een man op dit wezen af en hij keek het wezen zeer vreemd aan. Toen sprak het lichte stralenwezen tot de vreemde man: "Ik wend op aarde mensenzielen naar de waarheidsvader bij de lichtbron."
Maar de man antwoordde: "Jij weeft slechts wilde dromen in mensengeesten en misleidt hun zielen!"

En sinds de dag dat dit gebeurde, belastert menig mens dit wezen, dat licht in ademende zielen brengen kan…

Dit sprookje is geschreven door Rudolf Steiner en wordt in het Mysterie Drama verteld door Vrouw Balde. Het staat in poezie-vorm in Mysterie Drama's II blz 101 (GA 14). In het Duits is het ook in dichtvorm geschreven. Voor de leesbaarheid in het Nederlands heb ik het een beetje aangepast aan onze spreektaal, waardoor er een kleine afwijking ontstaan is met de Duitse tekst.

Het lichte stralenwezen wil de ziel van de aardemens wenden naar de waarheidsvader aan de lichtbron en als wij het innerlijk in ons beleven, dan klinkt het toverwoord fantasie. Wij, mensen, zijn wezens die lucht nodig hebben om te leven in tegenstelling tot geestelijke wezens. Vanuit onze aarde-menspositie kunnen wij zeggen en beleven dat fantasie het toverwoord is dat ons tot de waarheidsvader bij de lichtbron kan brengen. Fantasie en creativiteit zijn de kindkrachten in ons die ons overal kunnen helpen als wij hen op de juiste manier gebruiken. Zij moeten verbonden zijn en gericht worden op de lichtwereld waar de waarheidsvader aan de bron zit. Deze kracht geeft ons het stralende godenkind, maar wij zullen het wel ruimte moeten geven in onze ziel. En ervoor zorgen dat de 'vreemde man’ onze kindkrachten niet doodt, door het lichte stralenwezen te belasteren.

Literatuur:

  • Alice Woutersen, De man in alle kleuren (Wat sprookjes vertellen over de geheimen van het leven)

uit het boekje De kracht die ons door het jaar heen draagt

pagina afdrukkenShare on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

AntroVista