Het mensbeeld

Alice Woutersen

Het is van belang voor de inhoud van dit boekje, dat men weet wat er met woorden als astraallichaam e.d. wordt bedoeld. In de tegenwoordige spirituele literatuur dekt het zelfde woord soms verschillende ladingen en dat kan tot begripsverwarring leiden. Vanuit de antroposofie spreekt men over het vierledige mensbeeld en daarmee wordt bedoeld dat wij hier op aarde een fysiek lichaam, een etherlichaam, een astraallichaam en een Ik hebben.

a. Het fysieke lichaam is verwant aan de minerale wereld; alle elementen die wij in de scheikunde leren en tot de anorganische chemie behoren, kunnen in ons lichaam als atoom of molecuul aanwezig zijn. Het fysieke lichaam geeft ons stevigheid en vele wetten uit de mechanica en de natuurkunde zijn ook van toepassing op ons lijf, zoals ons bewegingsapparaat en onze zintuigen.

b. Het etherlichaam is het levenskrachtenlichaam en dankzij deze krachten leven wij. De levenskrachten zorgen voor de opbouw van ons lichaam. Vanuit anorganisch en organisch materiaal vormen zij eiwitten, vet, hormonen enz. De plekken waar wij deze activiteit tot in het fysieke duidelijk kunnen waarnemen, zijn vooral in de organen en klieren, in werkelijkheid werkt het tot in elke cel.

Het etherlichaam wordt ook wel vormkrachtenlichaam genoemd. Planten hebben ook een etherlichaam en hun hele werkzaamheid is verbonden met het omzetten van water en koolzuur (met nog een aantal sporen elementen) in organische stoffen zoals bijvoorbeeld zetmeel, eiwitten en vet. Mensen en dieren eten deze planten en in die zin zijn wij de planten dank verschuldigd. Het leven (etherlichaam) in de planten zorgt er dus voor dat anorganisch materiaal omgezet wordt in organische verbin-dingen. Zij doen voor ons de eerste stap. De mens gebruikt een deel van zijn etherlichaam om bewustzijn te ontwikkelen, dit kan alleen als je op aarde een astraallichaam hebt. Voor zelfbewustzijn heb je daarbij ook een ik nodig.

c. Het astraallichaam is het lichaam waar de mens mee waarneemt en dat verbonden is met het zenuw-zintuigstelsel. Hierin zijn wij verwant met de dieren. Dieren hebben hier op aarde een fysiek-, een ether- en een astraal-lichaam. Met ons astraallichaam nemen wij waar en het geeft ons gevoelens van ’sympathiek’ en ’onsympathiek’, veilig of vluchten enz. Een deel van deze gevoelens dragen wij als een soort overlevingsmechanisme in ons, een ander deel is door ervaringen ontstaan, waarbij opvoeding een grote rol speelt, zowel bij de mens als bij de dieren. De mens voelt zich in dit gebied verwant met de warmbloedige dieren en beiden hebben een soort van associatie-geheugen met een daaraan verbonden wakkerheid ten opzichte van het aardse om hem heen en een dromerig bewustzijn over geestelijke wezens die ons helpen en/of leiden.

d. Het Ik. Op aarde heeft de mens naast een fysiek-, een ether- en een astraal-lichaam ook een Ik. En dat Ik maakt hem afwijkend van het dier. Waarom? In eerste instantie omdat wij een geheugen hebben, dat ook herinneringen op kan halen, die niet met een directe associatie verbonden zijn. Dit biedt ons de mogelijkheid zelfstandig te kunnen denken. In potentie dragen wij hierdoor de mogelijkheid onszelf innerlijk zo te ontwikkelen dat wij een zelfstandig en vrij geestelijkwezen kunnen worden. Deze ontwikkeling krijgt ons ik niet kado, maar hij werkt daar aan als hij geincarneerd op aarde leeft. U en ik zullen daaraan nog vele levens werken. Dit proces van zelfstandig en vrij worden verloopt stapgewijs.

Het ik van de mens begint eerst zijn astraallichaam te bewerken en verovert een eigen individueel stukje, dat gewaarwordingsziel genoemd wordt. Deze gewaarwordingsziel zal steeds omvangrijker worden, naarmate het ik meer heeft omgewerkt. Uiteindelijk zal het ik zover komen, dat hij het omwerkt tot Geestzelf. Dan heeft het ik vanuit zijn werk zelfstandig de geest geboren laten worden. Dit kan het ik niet zo lijnrecht bewerkstelligen, hij heeft daarvoor de hulp nodig van zijn verstand-gemoedsziel (die ontstaat uit het werken van het ik aan het etherlichaam) en bewustzijnsziel (die verbonden is met het fysieke lichaam). Deze laatste twee worden in de verre toekomst verder ontwikkeld tol Levensgeest en Geestmens.

In schema zou je het als volgt op kunnen schrijven:

IK
Astraallichaam Gewaarwordingsziel Geestzelf
Etherlichaam Verstands-gemoedziel Levensgeest
Fysiek lichaam Bewustzijnsziel Geestmens

Uit het bovenstaande kun je ook het zevenledig en negenledig mensbeeld aflezen. In het zevenledige mensbeeld worden de drie zielegebieden in het midden samengevat in het ’Ik’ en dan krijg je dus:

  1. fysieklichaam,
  2. etherlichaam,
  3. astraallichaam,
  4. Ik,
  5. geestzelf,
  6. levensgeest,
  7. geestmens.

Bij het negenledige mensbeeld vervangt men het ’ik’ door de drie zielegebieden:

  1. fysieklichaam,
  2. etherlichaam,
  3. astraallichaam,
  4. waarnemingsziel,
  5. verstands-gemoedsziel,
  6. bewustzijnsziel,
  7. geestzelf
  8. levensgeest,
  9. geestmens.

Wanneer je naar het negenledig mensbeeld kijkt kun je zeggen dat de eerste drie, dus 1. fysieklichaam, 2. etherlichaam, 3. astraallichaam, ons aarde lichaam of voertuig vormen; de tweede drie, dus 4. waarnemingsziel, 5. verstands-gemoedsziel, 6. bewustzijnsziel, ons ziel vormen en de derde drie, dus 7. geestzelf, 8. levensgeest, 9. geestmens, verbonden zijn met ons geestwezen.

Literatuur:
Alice Woutersen-van Weerden: ’De man in alle kleuren’ (Wat sprookjes vertellen over de geheimen van het leven)

uit het boekje De kracht die ons door het jaar heen draagt

pagina afdrukkenShare on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

AntroVista