Een heteluchtballon

De Zonnejaargroep

Materiaal

  • 12 vel zijdevloei van 50 bij 75 cm
  • Watervrije tubelijm
  • Plakband
  • Strook pak- of tekenpapier: 100 bij 3,5 cm
  • Dun ijzerdraad (banddraad. 105 cm)
  • Patroontekenpapier
  • Gereedschap: Rolmaat, liniaal, potlood, schaar

Werkwijze

De ballon bestaat uit 6 rechtopstaande banen, die elk bestaan uit 2 vellen. Rangschik de vellen met het oog op de kleur.

De vellen voor een baan plakken we langs de korte zijde aan elkaar met een overslag van 1 cm. De 6 banen leggen we op el­kaar en we vouwen de stapel dubbel met de vouw in de lengte­richting.

Teken de halve baan op patroonpapier en knip die uit. Controleer of alle banen precies gelijk liggen. Leg het pa­troon er zo op dat de rechte lijn langs de vouwkant ligt. Neem nu de gebogen lijn op het zijdevloei over. Knip de 12 lan­gen samen uit, daarbij goed opletten dat het papier niet ver­schuift! (gebruik paperclips). De snippers bewaren voor het herstellen van kleine beschadigingen.


Nu plakken we de banen twee aan twee langs de gebogen randen aan elkaar. Dat gebeurt zo: eerst leggen we twee banen op elkaar, dan schuiven we de bovenste enkele cm. opzij. We brengen nu snel en ononderbroken een dun laagje lijm aan, binnen 1 cm van de rand van de onder­ste baan. De laatste 3,5 cm aan de onderkant van de naad worden niet gelijmd ivm de later aan te brengen rand van dikker papier.

Dan schuiven we de bovenste weer terug op de onderste en drukken de lijmnaad aan. Deze komt straks aan de buitenkant en is dan een houvast bij het oplaten. Wanneer op deze ma­nier 3 paar banen gelijmd zijn, worden deze op dezelfde manier aan elkaar gelijmd. Dmv de lengtevouwen kan telkens de juiste positie gevonden worden.

Tijdens het lijmen moeten we op 2 dingen letten: de gehele naadlengte moet steeds goed sluiten en er mag nergens anders lijm komen. Tenslotte de gereedgekomen ballon zorgvuldig controleren. Hij moet zich als een grote bolle zak kunnen openen en langs de vouwen weer sluiten.

Nu lijmen we langs de onderste rand van alle banen een ring van pak- of tekenpapier: een strook van 100 bij 3,5 cm en ca 1 cm overslag. De baaneinden komen binnen de ring. Als de ring vastzit maken we een even wijde ring van heel dun en licht ijzerdraad en bevestigen die met wat stukjes plakband tegen de papieren ring, om de opening cirkelvormig te houden (kan ook op het laatst).

Het oplaten.

Dit kan buiten bij vrijwel windstil weer. De lanceerkegel gebruiken. De ballon moet namelijk van onderaf verhit worden zonder vlam te vatten. De kegel maken we van een stuk kippengaas van 105 bij 75 cm. De vorm uitknippen en met binddraad sluiten; dan be­kleden met aluminiumfolie. De onderste 10 cm. blijven open voor luchttoevoer.

Voor het oplaten zijn 4 mensen nodig.

  • Op een blikken dekseltje een dot watten, gedrenkt in spiritus, aansteken.
    Dan de kegel erover zetten.
  • Dan ontvouwen drie mensen de ballon en houden hem bij de naden even boven het midden vast.
  • Voorzichtig boven de opening van de lanceerkegel brengen en langzaam laten zakken, niet te laag.
  • De ballon wordt nu met warme lucht gevuld en zal na enige tijd bol gaan staan.
  • Breng hem langzaam wat omhoog en probeer of hij zich­zelf al draagt.
  • Zo nodig brengt de stoker nog een tweede dot watten onder de kegel aan, die op het dekseltje on­middellijk vlam vat.
  • Als de ballon voldoende stijgkracht heeft, laten de zes handen hem tegelijk los.

Statig verheft zich dan het eerste succesvolle luchtvaartuig dat de mens heeft bedacht.

uit het boekje Sint Jan

pagina afdrukkenShare on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

AntroVista