Warmte

Alice Woutersen

Vuur, Aarde, Water en Lucht, dat zijn de vier elementen waar ons bestaan op rust. Warmte, vaste stoffen, vloeibare stoffen en gasvormige stoffen zijn de vier zijns­toestanden, die aan onze aarde ten grondslag liggen. En onder leiding van geeste­lijke wezens wordt hieruit het leven op aarde gevormd.

Prachtig wordt dit uitgedrukt in de tafelspreuk:

Zon, Aarde, Water, Lucht
Maken door Gods zorg
Dat de planten groeien en dragen vrucht.
Wij danken God voor deze maaltijd
En willen leven in Goedheid, Schoonheid en Waarheid.

Voor het leven op onze huidige aarde is de zon als bron voor licht en warmte onmisbaar. Zonder de zon is er geen leven op aarde.

Elke plant vangt het zonlicht op en vormt onder leiding van geestelijke wezens, met behulp van aarde, water en lucht, zijn bladeren, bloemen en vruchten. Zij slaan als het ware het zonlicht (-kracht, -energie, -warmte) in zichzelf op. De gevangen zonnewarmte wordt tot potentiële aardewarmte. En deze gevangen zonnewarmte kunnen de mensen gebruiken, bij voorbeeld om een kaars of een houtvuur te branden, maar ook om auto te rijden, eten te koken en huizen te verwarmen. De mens kan bewust met deze aards geworden warmte omgaan.

De mens zelf is niet alleen een aardewezen, maar ook een geestelijk Wezen. In zijn ontwikkeling is hij ook afhankelijk van de geestelijke zonnewezens die hem bege­leiden. De geestelijke zon beschijnt de mens al heel lang. Door deze geestelijke zonnewarmte, die de mens meestal onbewust heeft opgenomen, is hij een mens gewor­den die zijn IK in zich kan dragen. De geestelijke zonnewarmte is in de mens als het ware ingeweven, zoals de planten in de aardse sfeer de zonnewarmte in hun hele wezen hebben opgenomen en gemetamorfoseerd.

Zoals ieder mens bewust met vuur moet omgaan, zo moet de mens ook bewust omgaan met zijn eigen innerlijk vuur.

De vlammen van een houtvuur werken verwarmend en verbroederend op de mensen. Maar als je niet goed oplet kan het een uitslaande brand worden die alles en iedereen vernietigt, en zo zijn doel voorbij schieten. Het innerlijk vuur moet zo gebruikt worden dat mensen zich er prettig bij voelen, dat het mensen kan ver­warmen.

Wanneer wij in de zon zitten en genieten van de warmte, dan tilt die ons als het ware op, maakt ons los van de ons omringende medemensen, maakt ons dromerig. Het houtvuur daarentegen roept op tot waakzaamheid, gezelligheid, elkaar ontmoe­ten, zingen, filosoferen enz.

Het ons geschonken innerlijk vuur moeten wij ook zo gebruiken. Al onze gezamenlijke vlammetjes moeten tot een sociaal vuur worden, waar het fijn is bij elkaar te zijn, samen te werken, samen te ontwikkelen en om samen te proberen het ideaal van de mensheid te bereiken: een vrij mens te worden, die de ware (onbaatzuchtige) liefde in zijn hart ontwikkeld heeft.

Ware liefde zou je kunnen omschrijven als de op aarde door de mens zelf ontwikkelde Kosmische Liefde, ontwikkeld uit het innerlijke vuur. Dit vuur van hartenwarmte zal de wereld kunnen verwarmen. Goedheid, Schoonheid en Waarheid zijn de sleutels tot het ontsluiten van dit vuur.

Het beeld van het Sint Jansvuur kan ons tot een voorbeeld zijn. Een feestvuur om omheen te dansen en gelukkig te zijn, tussen en met onze mede­mensen. Een feestvuur maak je samen!

uit het boekje Sint Jan

pagina afdrukkenShare on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

AntroVista